Op 15 juni 1973 kwam ik
ten tonele, als de zoon van Joop Koopmans en Els van de Pavert. Twee
achterhoekers die in het westen hun geluk gingen beproeven. Zij gingen
daar werken in de psychiatrie. Dit is dan ook de reden dat ik mijn eerste
levensjaar op het terrein van Sancta Maria woonde, een psychiatrisch
ziekenhuis in Noordwijkerhout.(ik kan het dus niet helpen..)
Daar kreeg ik ook mijn jongere zus,
Chantal (+/- tien maanden jonger). Mijn gelukkige en onbezorgde jeugd
vond plaats in, op, rond en tussen de stad Haarlem en het dorpje de
Zilk. In Haarlem ging ik naar de Vrije School in de Zilk woonde ik.
Nog voordat ik goed en wel aan het puberen sloeg, kreeg mijn vader een
nieuwe baan in Zutphen en zodoende verlieten wij het westen. Hellaas
kon mijn vader er niet lang van genieten want hij overleed binnen een
half jaar aan de gevolgen van leukemie. Veel te jong, voor zowel hem
als voor ons. Wij moesten met ons drieën verder.
Ik ronde de Vrije School af, althans ik stopte er mee. Want ik wilde
de wijde wereld in, opzoek naar het grote avonduur. Net na mijn 18 verjaardag
vertrok ik dan ook met een grote rugzak op voor een jaar naar het Midden
Oosten. In eerste instantie heb ik daar op een aardbeien plantage gewerkt
en toen ik genoeg geld had verzamelt, ben ik in een kibboets gaan wonen
en kon ik reisjes maken in Israël en Egypte. Heel hard werken en
hele fijne feestjes.
Ik transformeerde naar een los geslagen wildeling die niet te houden
was en bij mijn thuis komst werd het dan ook tijd voor wat orde en tucht.
Zodoende ging ik na het jaar in Israël in Nederland onder de wapenen.
Dienen voor het vaderland.
Ook in dienst heb ik een waanzinnige tijd gehad. Ik heb hard gewerkt
op een communicatie centrale, deed allerlei klusjes en heb er een top
tijd van gemaakt. Geld als water, structuur, geen tot weinig verantwoordelijkheden.
Ik kon doen en laten wat ik wilde.
Op mijn negentiende koos ik ervoor om net als mijn ouders de psychiatrie
in te gaan. Ik wist zeker dat ik dat kon en vond het een eervol beroep.
Er was echter maar een plek waar ik dat wilde doen… en dat was
in Amsterdam. Ik dacht als ik het daar kan, dan kan ik het overal. Zo
gezegd zo gedaan, ik werd aangenomen als leerling verpleegkundige in
het provinciaal ziekenhuis Santpoort, wat op het punt stond om in zijn
geheel terug naar Amsterdam te verhuizen. Mijn opleiding heb ik afgerond
en heb toen 5 jaar lang op de IC van een crisis centrum gewerkt midden
in de stad. Intussen was ik aan een nieuwe deeltijd opleiding begonnen,
academie voor Natuurgeneeskunde in Bloemendaal. Echter na twee jaar
had ik er geen puf meer voor, ik werkte 100% onregelmatige diensten,
om het weekend moest ik werken en het andere weekend naar school. Ik
deed niks anders meer.
Op de gesloten afdeling kwam ik Paula tegen, zij was daar uitzendkracht
en ik was op slag verliefd, van schrik gooide ik mijn koffie over mijn
broek, liet glazen vallen, struikelende over drempels waar zelf een
invalide geen moeite mee zo hebben. Al met al ik was van slag.
Maar blijkbaar was deze paringsdans dusdanig imposant dat ze wel een
borreltje met me wilde drinken. Vanaf die dag zijn we onafscheidelijk.
Binnen een jaar gingen we samen wonen en verhuisde we naar een grote
flat in Amsterdam.
Met mijn werk in de kliniek was ik klaar, ik wilde naar buiten. En gelukkig
kwam ik het ReHabteam tegen. Een team wat zich bemoeit met dak en thuislozen
psychiatrische patiënten. Daar ben ik aan de slag gegaan als ambulant
verpleegkundige, ook ging ik weer studeren. Sociaal psychiatrische verpleegkunde
aan de hoge school van Amsterdam.
Al met al, ik ben meer dan tien jaar in de psychiatrie aan het werk,
elke dag begeef ik mij in complexe patiënten situaties en het word
tijd voor een break. Er begint iets te jeuken, er zijn kriebels om op
reis te gaan. De wereld weer in te trekken om de horizon te verbreden
de geest te verruimen en te verversen, eens wat anders te doen dan dat
we gewent zijn. En nu is er de kans om op pad te gaan. Al met al genoeg
reden om deze droom te gaan realiseren.
Jerzy Koopmans
|
Ik ben geboren
en getogen in Friesland (29 jaar.) Werk zo’n 12 jaar in de verpleging
en langs enkele omwegen geworden tot afdelingshoofd in een opname kliniek
van een psychiatrisch ziekenhuis in Amsterdam.
Al net nadat Jerzy en ik elkaar hadden ontmoet (zo’n 7 jaar geleden)
kwamen we op het idee om na onze studies eens wat voor ons zelf te doen.
Werken kan immers altijd nog (we moeten nog 35 jaar!!) Maar omdat we altijd
met van alles en nog wat druk doende waren hebben we het reizen steeds
voor ons uitgeschoven. Tot nu, mei 2004:
We hebben besloten te gaan, zonder dat ik zeker weet of ik ooit weer zo’n
leuke baan kan krijgen, zonder spaargeld, zonder dat iedereen er net zo
enthousiast over is als wij en zonder………nou ja, die
obstakels moeten we nog gaan tegen komen. Op mijn werk heb ik verlof aangevraagd
maar dat was helaas niet mogelijk en moet ik dus, jammer genoeg, ontslag
nemen.

Wel een rare ervaring, hoor. Iedereen om ons heen gaat
huizen kopen, kinderen krijgen, nieuwe auto’s kopen en andere “volwassen”dingen
doen. Iets waar ik mij tot voor kort ook helemaal voor klaar had gemaakt.
Goed, het roer gaat om! Een dergelijk leuk kort rokje kan ik niet meer
betalen, dagje sauna met vriendinnen is afgezegd en mijn auto te koop
gezet!
Mar it giet oan!
Ik zal nog een boel moeten leren over auto´s en mijn haastgevoel
alvast wat moeten temperen want ik heb me laten vertellen dat geduld een
zeer goede eigenschap is.
Ik zal wat minder bang voor ongedierte moeten worden en me er niet aan
moeten ergeren als iets niet meteen lukt. Ook zal ik moeten leren dat
het in Afrika het er niet altijd zo aan toe gaat zoals ik dat wil en dat
ik zelfs als vrouw misschien juist wel een stapje terug moet doen.
Dat gaat me niet in de koude kleren zitten. Dat laatste heb ik al wel
ervaren in Zuid Afrika waar we 2 jaar geleden op vakantie waren. Ook al
is het al best een ontwikkeld land, de man/ vrouw verhouding is toch nog
lang niet zoals ik dat gewend ben.
Het enige wat ik niet hoef te temperen is de fascinatie voor wilde dieren.
Ook dat is gekomen in Zuid Afrika. Onze vrienden en familie zijn vast
nog bekend met ons olifanten avontuur: we waren in het Sluhsluwe park
omsingeld door wel 20 olifanten en daarbij waren 5 jonge bulls met must
langs hun wangen, die zich even wilde bewijzen (op zeer bozige toon met
bijbehorend getetter.) Een van hun slagtanden was nog geen 10 cm bij mij
vandaan en ik heb God op mijn blote knietjes bedankt dat ze na een half
uur weer doorliepen. Dit keer hoop ik dat ze op gepaste afstand blijven,
dan doen wij dat ook. Afgesproken?
Waarom wil ik na deze ervaring dan toch weer naar Afrika (en met al mijn
andere ‘afrika’ beperkingen?) Ik kan er niet een, twee, drie
een antwoord op geven.
Even er tussen uit? Nee, dan kan ik ook in Nederland blijven. Genoeg van
het leven dat wat ik hier heb? Nee, absoluut niet, ik heb het hier allemaal
uitstekend voor elkaar en prima naar mijn zin. Het antwoord ligt er voor
mij meer in dat ik benieuwd ben naar hoe de wereld er uit ziet. Dingen
zien, welke ik echt nog nooit heb gezien. Andere dingen horen, voelen,
ruiken en beleven. En daar dan van kunnen leren (en je blikveld te kunnen
verruimen.) Dat lijkt me heel bijzonder.
Met groet, Paula
|